Ecce Homo – Hoe en Waarom

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Hoe en waarom
Van begin af aan wist ik dat de installatie Ecce Homo in een klein rechthoekig kistje op een holografische wijze vertoond moest worden. De bekisting met hout van 180 jaar oud heb ik bij een antieke-meubelen-maker laten fabriceren. De staander bij de lokale smid. Het filmmateriaal van het naakte kindje dat ondersteboven hangt en de armpjes uitstrekt, was al geschoten.

Als je door de kleine uitsparing kijkt, dan is het zeer jonge kind op z’n kop te zien. Zo was de originele opname niet, maar door de interne spiegeling kwam het juist goed uit.

Anders dan bij mijn 3D-werken – waarin de beelden naar je toe komen – moet je juist bij Ecce Homo ernaartoe gaan. Mensen kijken, kijken en kijken nog eens. Doen een stapje naar voren, komen dichterbij. Daarna bepaalt de koptelefoon op het plateau een beetje de afstand. Immers, de dissonante muziek van David Dramm is onlosmakelijk met het werk verbonden. Het is er zelfs speciaal voor gecomponeerd, maar de spanning tussen beeld en geluid komt op tienden van seconden aan. Onbewust zocht ik naar dat éne moment waarop mijn hart ineenkrimpt. Hetzelfde gevoel als bij het horen van het muziekstuk Hurt in de uitvoering van Johnny Cash. Evenals bij Jesus Alone – Nick Cave, The River – PJ Harvey, Cut the World – Antony and the Johnsons, Spider Monkey – Beth Gibbons, My Oblivion – Tindersticks, Bad As Me – Tom Waits, Glory Box – Portishead, Lady Grinning Soul – David Bowie. Om maar aan te geven hoe belangrijk muziek voor mij is.

We hebben nog samen zitten stoeien. Waar in de tijdlijn moest het dramatische gedeelte van het muziekstuk beginnen? Een cruciaal moment. Een keuze tussen wanhoop en hoop. Konden we het toch bij elkaar houden?
Niet iedereen nam voldoende afstand tot het kunstwerk. In de Martinikerk in Groningen was er zelfs iemand die na veel heen en weer kijken haar hand door het venster in het ‘kistje’ stak om te weten of ze het beeld kon aanraken. Nee dus. Ze was helemaal verward toen ze aan de achterkant door het venster keek: het beeld was weg!
Het spel tussen realisme en illusie in een notendop. Het blijft toch elke keer weer bizar dat je met materie – zij het digitaal – beide tegelijkertijd kunt bewerkstelligen. Het is er écht – werkelijk – en het is er níet, al komt dat vaak in tweede instantie. Maar het gaat er natuurlijk om of het werk ‘geloofwaardig’ is.

Het mag duidelijk zijn dat mij het lijden van jonge onschuldige kinderen aan het hart gaat. Hoewel erg particulier gepresenteerd is het kunstwerk ook universeel bedoeld. De titel Ecce Homo verwijst naar de stadhouder Pilatus. Volgens het Johannes-evangelie in de Bijbel zegt hij: ‘Ecce Homo’/‘Zie de mens’ tegen de opgejutte meute die Jezus gekruisigd wil zien. Ik denk dat Pilatus het ook cynisch bedoeld heeft. Zo van: ‘Zie de koning!’ Jezus stond daar, gemarteld en bijna naakt, in al zijn kwetsbaarheid tentoongesteld.

Tijdens de première in 2015 van Ecce Homo deden de filmbeelden veel bezoekers onmiddellijk denken aan het levenloze lichaam van het driejarige jongetje Aylan. Hij spoelde bij de Turkse badplaats Bodrum aan en de foto daarvan ging de hele wereld over. Maar mijn filmbeelden waren al veel eerder gemaakt.
De context waarin je leeft, bepaalt mede hoe je kijkt. Ik houd mij bezig met verleden én toekomst. In die spanning leven wij. In het leven gaat het om onszelf en de ander. Het gaat om het bestaan als persoon in een gemeenschap. Mens met de medemens. De installatie lijkt een reactie van verbondenheid met elkaar op te roepen.

Ik vertelde in een interview met het online-platform Nieuw Wij: ‘Ik wil zo veel mogelijk franje weglaten, dat leidt maar af van de essentie: de kwetsbare schoonheid van de mens. Evenals het lijden probeer ik die essentie te peilen. Dat geldt trouwens ook voor het dagelijks leven. Juist daar ligt voor ieder mens altijd die uitdaging: durf je een relatie aan te gaan met wie zich aandient, in al je kwetsbaarheid?’

De noodzaak van plaatsing van dit werk in een monumentale kerk is er niet. Ik vind het zelfs krachtiger in een gestripte industriële omgeving. Je voelt dat al bij het zien van de preview.*
De expositie in het ontmantelde en gestripte fabriekspand voor verwarmingsinstallaties in München onderstreepte dat nog eens. Ik ben er nog niet achter hoe dat kwam. Misschien door de slijt die in dat pand hangt. Maar in zijn algemeenheid werkt deze installatie veel beter in een ‘geleefde’ omgeving, omdat je door de uitsparing de achtergrond van de omgeving kunt zien – zowel door het beeld heen als door de achterkant, waar je alleen de omgeving ziet. De omgeving wordt daardoor een prachtig onderdeel van het werk.

* Preview Ecce Homo: http://www.arentweevers.com/ecce-homo

English

Ecce Homo
3D holographic video installation, 2015, 2’41”

How and why
Right from the beginning I knew the Ecce Homo installation had to be displayed holographically in a small rectangular case. I had the case made by an antique furniture restorer using wood which is 180 years old. The stand was made by the local smith. The film material of the naked child hanging upside down and holding out his arms had been shot previously. If you look through the little opening, then you can see the very young child on his head. Of course he wasn’t upside down in the original take, but the effect was achieved with internal mirroring.

In contrast with my 3D work – where the images come towards you – it is you who have to approach Ecce Homo. People look and look and look again. Take a step forwards and come closer. After that the headphones really determine the distance between the object and the observer. In fact, David Dramm’s dissonant music is inextricably linked with the work and was even specially composed for it; the tension between and the timing of image and sound have to be just right. Unconsciously I was searching for that moment when my heart is touched. For the same feeling I get when I listen to Johnny Cash’s version of Hurt. Or Jesus Alone (Nick Cave), The River (PJ Harvey), Cut the World (Antony and the Johnsons), Spider Monkey (Beth Gibbons), My Oblivion (Tindersticks), Bad As Me (Tom Waits), Glory Box (Portishead) or Lady Grinning Soul (David Bowie). Music is very important for me. We played around with it together. Where should the dramatic part of the music begin? A crucial moment. A choice between hope and desperation. Couldn’t we keep them both?
Not everyone took sufficient distance from the work, in the very literal sense. In the Martini Church in the city of Groningen there was even someone who, after taking a look, stuck her hand through the window in the case to see if she could touch the image. Of course she couldn’t. And she was totally confused when she looked through the window at the back of the work and found that the image had gone!
In a nutshell it’s about the interplay between realism and illusion. And it always remains bizarre how you can achieve both at once, and even with digital material. It really is there, and at the same time it’s not, though often that only becomes obvious later. But of course what it’s all about is whether you can believe the work is real.

Obviously I cannot abide the suffering of young and innocent children. Even if it is presented as something very specific, the artwork also has a universal meaning. The title Ecce Homo alludes to Pontius Pilate. According to St John’s Gospel in the Bible he says: ‘Ecce Homo’ or ‘Behold the man’ to the unruly crowd who want to have Christ crucified. I think that Pilate meant it cynically, in the meaning of:  ‘Is this the King?!’, as Jesus stood there, tortured and nearly naked, on show in all his vulnerability.

During the 2015 premiere of Ecce Homo for many the film images recalled Aylan, the three-year-old boy whose lifeless body was washed ashore in the Turkish resort of Bodrum, and photos of which went global. My images, however, were made much earlier. It is the background against which you live that determines how you look at things. I am concerned with the past and the future, and our lives are full of such tension. Tension between our self and others. It’s about our existence as a person who is part of a community. With our fellow man. The installation seems to evoke a feeling of connectedness with each other.

In an interview with the online platform Nieuw Wij I stated the following: ‘What I want to do is to leave out the frills; they distract from the essence, the vulnerable beauty of human beings. I try to measure both their suffering and their essence. The same is true for daily life. That is where the challenge is, for everyone: do you dare to relate to whoever comes along, in all your vulnerability?’

Exhibiting this work in a huge church is not necessary. I find this piece even more powerful in a bare industrial environment. You already feel that when you look at the preview.* The exhibition in the bare and decommissioned central heating installation factory in Munich also underlined that. I still haven’t discovered how. Perhaps because of the atmosphere of decay and destruction in the building. In general this installation works much better in a ‘lived-in’ space, where you can see the background and environment through the opening. The environment becomes a stunning part of the work.

* Preview Ecce Homo: http://www.arentweevers.com/ecce-homo