Ecce Homo – Kwetsbaarheid

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Kwetsbaarheid
Kwetsbaarheid bleek ineens het woord te zijn dat mijn pastorale werk als predikant en beeldend kunstenaar met elkaar verbindt. In de expositieruimte van Nieuw Dakota in Amsterdam – waar al mijn kunstwerken bij elkaar stonden – viel het kwartje. Ik ga altijd onbewust uit van de ervaring van kwetsbaarheid – noodzakelijk lichamelijk en non-conceptueel/prereflectief. Dan komen de beelden, als vanzelf bewegend en ruimtelijk.

Kwetsbaarheid heeft te maken met een ‘onbegrensd’ aspect, een ‘opening’ in het concrete alledaagse. ‘Onbegrensd’, omdat tijdens de ervaringen wordt beseft dat de mens niet af is. Het is een ongemakkelijk gevoel. We doen er dan ook alles aan om dat buiten de deur te houden. Tegelijkertijd is dát wat mensen met elkaar verbindt: iedereen is ten diepste existentieel kwetsbaar.

Die ‘opening’ in het concrete dagelijkse – die kwetsbaarheid – is een voorwaarde voor de gevoeligheid voor het lijden van de ander. Dat je je laat raken wanneer er een appèl op je wordt gedaan. Daar zit de kern van de betekenis van kwetsbaarheid. Dat is niet morgen of overmorgen, dat is nu. Je moet van goeden huize komen om onder die verantwoordelijkheid uit te  komen. Niet alleen omdat je dan de ander in de steek laat – dat natuurlijk in de eerste plaats – maar ook omdat je jezelf dan in de steek laat. De ander is namelijk je pneuma, je bezieling.
Het is allemaal vreemd en paradoxaal. Je wilt helemaal niet uit je comfortzone gestoten worden. Je voelt het ook in je lijf. Onrust, weerstand, woede… ‘Waarom laat hij/zij mij niet met rust’ en ‘Ik heb er nu geen zin in.’
Maar het ingaan op de hulpvraag geeft nu juist zin. Noem het levenskracht. Noem het de kracht van kwetsbaarheid. De mens kan het meest in zijn bestaan gekend worden wanneer het lijden wordt beantwoord en gedeeld. Noem het de paradox van kwetsbaarheid en kracht.
Overigens, genieten kan ook alleen maar bij de gratie van kwetsbaarheid. Ergens, diep vanbinnen, weet je dat het in een split second zomaar voorbij kan zijn.

Vanuit de joodse en christelijke traditie is de hulpvrager God zelf, de Ander, die jou aanspreekt. Met het lichaam dat honger en dorst heeft, het angstige gelaat van een vreemdeling, het lijf van een ernstig zieke, spreekt de Ander je aan (zie Bijbelverhaal Mattheus hoofdstuk 25 vers 31 e.v.).
Wat doe je? De ander, de vreemde, toelaten betekent dat je de Ander toelaat. In je hoofd kan het gaan tollen. Het zoeken en vinden van God, de Ander, is de weg van kwetsbaarheid gaan en de ander helpen zover het in je vermogen ligt.

English

Ecce Homo
3D holographic video installation, 2015, 2’41”

Vulnerability
It has turned out that vulnerability is the word that connects my pastoral work with my work as a visual artist. The penny suddenly dropped when I was standing in the exhibition space of Nieuw Dakota in Amsterdam – where all my artworks were being exhibited. Unconsciously, my starting point is always the experience of vulnerability, which is necessarily physical and non-conceptual, prereflective. Then the images appear, three-dimensional and moving by themselves.

Vulnerability is about limitlessness, a gap in concrete everyday life. ‘Limitless’ because during experiences one realises that man is not finished. It is an uneasy feeling. And we do all we can to prevent it. At the same time, precisely that is what connects people with each other: everyone is very deeply existentially vulnerable.

This gap in concrete daily life – this vulnerability – is a precondition for sensitivity to another’s suffering. That you allow yourself to be moved when an appeal is made to you. There lies the meaning of vulnerability. Not tomorrow or the day after, but now. You can’t get away from the responsibility. Not only because you then leave the other person in the lurch – that first of course – but also because you then let yourself down. The other person is actually your spirit, your inspiration.
It is all strange and paradoxical. You really don’t want to be forced out of your comfort zone. You can also feel it in your body. Agitation, resistance, rage… ‘Why can’t he/she let me alone? ’ and ‘I can’t be doing with this now’.

But responding to the request for help does give meaning. Call it the life force. Call it the power of vulnerability. A human being’s existence is truly recognised when suffering is both answered and shared. Call it the paradox of vulnerability and power. Moreover, enjoyment is only possible because of vulnerability. Somewhere, deep inside, you know that it could be over in a split second.

In the Jewish and Christian tradition God himself is the one who asks for help, the Other, who addresses you. With the body of someone who is suffering from hunger and thirst, the scared expression of a stranger, and the body of someone who is seriously ill, the Other speaks to you (see St Matthew’s Gospel, chapter 25, verse 31 onwards). What do you do? Letting the other, the stranger, in means letting the Other in. Your head starts spinning. Searching and finding God, the Other, is walking the road of vulnerability and helping the other as much as you can.