Free Among the Dead – Spel van licht en donker | Game of light and dark

Free Among the Dead_Arent Weevers_ Janskerk, Utrecht kopie

For English, scroll down     

Free Among the Dead
Multimedia-installation
2003, new version 2014
Durantion: loop

Spel van licht en donker

Mijn vader en ik gingen elke zondagmiddag naar de zolder. Met de vlizotrap uitgetrokken beklommen we de donkere ruimte zonder ramen. Het eerste lampje ging aan. De volgende. Een groot vlak van spaanplaat bedekt met spoorrails van Fleischmann verscheen in de achterruimte. Huisjes gegroepeerd als een klein dorp met een station, garage en een kerk in het midden. Alles met elkaar verbonden met wegen en paden. Minuscuul klein maar levendig!

Een vrouw – met links en rechts een zware tas – had net boodschappen gedaan. Een man in beige overal snoeide de struiken. Er stond een heus hek om de tuin. Een kind met korte broek zat te tollen op de stoep. Alles een ‘freeze,’ een bevroren beeld. Wachtend op wat komen gaat in het vreemd aandoende Alpenlandschap.

Nu daar zijn we dan! De hoge berg in de hoek is nog niet af. Er moet nog geverfd worden met een beetje blauw en wit om een waterval te suggereren, uitkomend op een meer. Of ik daarmee alvast aan de gang wilde. Tuurlijk. Niets leuker om samen met mijn vader te knutselen onder het schuine dak. Lekker rustig ook. Vredig. Vertrouwd. Veilig. Intiem eigenlijk wel. Ik heb hem een paar uurtjes voor mij alleen. Het maakt niet uit wanneer. De vrieskou trotseren wij. De verzengende hitte, ach wie doet ons iets. Het mooiste is natuurlijk als het regende. Het rustgevende gekletter op de dakpannen direct boven ons.

Mijn vader gaat met de spoorrails aan de slag die op een stapeltje lagen. Er moet nog een extra baan aangelegd worden. Een extra ovale ring rondom de tweede spoorrails. De eerste hadden we een paar maanden geleden gemaakt. Het sluit het dorp af. Gelukkig kan de vrouw met de twee tassen wel bij de spoorwegovergang oversteken. Haar huisje ligt tussen de 1e en 2e ring. Het is wel oppassen. Vroeger kon ze over het zandpad lopen. Nu moet ze over de grijze weg met witte markeringsstrepen oversteken. Luxe auto’s kunnen haar zomaar omver rijden. Die groene Jaguar, die kan toch snel gaan! In de ooghoeken ziet ze hem in grote snelheid aankomen. Ze heeft ook een keer gehoord dat die iets verder op een keer uit de bocht was gevlogen. “Moet die maar niet zo hard rijden. Eigen schuld”, zei ze tegen haarzelf – al mocht ze het eigenlijk niet denken.

De nieuwe rails – ProRail in miniatuur – moet door de bergen gaan. Een enorme operatie, dat kun je je wel voorstellen. Huisjes die er al eerder stonden moeten voorzichtig worden verwijderd en van het zwakstroom worden afgehaald.

Ik ben al snel klaar. Je hoort het water met enorme kracht van de berg naar beneden vallen – of is het toch het geluid van de storm buiten? Hoe dan ook, ik help mijn vader om de stukjes rails aan elkaar te leggen. Twee bochten met aan weerzijde twee lange stukken en weer twee bochten. Die moeten door de tunnel. Het vereist toch nog precisie. De klemmetjes aan het uiteinde van de rails laten zich maar op één manier in elkaar schuiven. En er moet een klein stukje rails tussen komen waar de stroom via de transformator op wordt aangesloten. De wissel ligt er gelukkig al. Dat is het punt vanwaar we verder bouwen. De rails uit de tunnel wordt nog met twee rechte stukken verlengd en tijdelijk met een stootblok compleet gemaakt.

 Eerst moet alles nog op de elektra worden aangesloten. Een proefrit met de stoomtrein, het ging bijna nooit in één keer goed. Nog beter de rails in elkaar schuiven of schoonmaken met een indringend ruikend goedje dat ik uit een flesje haal.

Check: het werkt! 4 wagons worden nu achter de stoomlocomotief gehangen. Klaar voor het hoogtepunt van de bijna-avond. Het licht op zolder gaat uit. Ik zet een schakelaar om: het dorp wordt verlicht. De huisjes, de kerk, de straatlantaarns, ook bij de spoorwegovergang – overal een warme gloed.

Ik zet de stoomtrein met de wagons in beweging met een simpele maar voorzichtige halve draai aan de transformator. Daar gaan ze! De reis begint. De trein met de verlichte wagons komen in beweging. Eerst een rondje om het dorpje heen. Een jonge blonde vrouw met een bruine koffer en de in blauw gehulde conducteur wachten geduldig op het station.

De groene Jaguar volgt de trein nog even op de parallel weg. Dan de spoorwissel. Gelukkig op tijd omgezet. De strook van licht van de wagons duwt de donkerte van de nacht weg. Ook op de tweede en de derde ring. Even verdwijnt het bewegende licht in de duisternis van de tunnel om later weer triomfantelijk tevoorschijn te komen. Oh, even de elektra minderen anders botst het gevaarte tegen het stootblok. Ik laat de trein rustig uitlopen…

Mijn vader en ik – we kijken naar een tafereel van licht en duisternis. Die dynamiek van beweging – langzaam, dan weer snel, dan weer langzaam. Die spanning. Dat contrast.

In verstilling zijn wij gelukkig met elkaar en wat we zien. Het beste van mijn kinderjaren. De betoverende schoonheid van langzaam dansend licht dat de duisternis verdrijft.

 

English

Free Among the Dead
Multimedia-installation
2003, remake 2014
Durantion: loop

Game of light and dark

Every Sunday afternoon my father and I used to go up to the attic. We pulled down the folding ladder and climbed into that dark windowless space. On went the first light. And the next. A huge expanse of chipboard covered with Fleischmann train rails appears in the space at the back. Houses grouped together in a little village with a station, a garage and a church in the middle. Everything connected by roads and paths. Tiny but buzzing with life! A woman – with heavy bags in both her hands – has just done her shopping. A man in beige overalls is pruning the bushes. There is an actual fence round the garden. A child in shorts sits on the pavement playing with a top. Everything frozen in time. Waiting for what is going to happen in the strangely touching Alpine landscape.

Well, here we are! The high mountain in the corner isn’t finished yet. A bit more blue and white paint is needed to suggest a waterfall descending into a lake. Would I like to get on with that? Of course! Nothing better than making things with my father under the sloping attic roof. Really relaxed too. Peaceful. Familiar. Safe. So close. For a couple of hours I have him to myself. It doesn’t matter what time of year. We brave the icy cold. The scorching heat can’t touch us. Rain is best, of course. The soothing clatter of raindrops on the roof tiles above our heads.

My father starts work on a pile of rails. An extra piece of track needs to be laid. An extra oval ring round the second track. We made the first a couple of months ago. It encloses the village. Fortunately the woman with the shopping bags can cross at the level crossing. Her house is between the first and the second ring. Care is needed. In the past she could take dirt path. Now she has to cross the grey road with white marking lines. Luxury cars might easily run her over. The green Jaguar, that’s fast! From the corner of her eye she sees him approaching at speed. She’s also heard that one time he ran right off the road on the bend a bit further up. “Shouldn’t go so fast. . . It’s his own fault,” she says to herself – even though she shouldn’t really think that.

The new rails, just like real ones, have to go through the mountains. An enormous operation, as you can imagine. Houses that stood there before have to be carefully removed and disconnected from the low-voltage current. It doesn’t take me long. You hear the water falling from the mountain with enormous force – or is it the sound of the storm outside? Anyhow I help my father to join the pieces of track together. Two curved pieces, then two long pieces and then two more bends. These have to go through the tunnel. Precision is required. There’s only one way of clipping the rails securely together. And a small piece of rail must be inserted where the low-voltage current is connected through the transformer. Fortunately the switch is ready. From there we build further. The rails from the tunnel are extended with two straight pieces and completed for the time being with a buffer.

First everything must be connected to the electricity. A test drive with the steam train, it practically never goes right the first time. Push the rails together and adjust them again or clean them with the pungent substance from a bottle.

Check: it’s working! Four carriages are now connected to the steam engine.

Ready for high point of the almost evening. The light is turned off. I flick the switch: the village is illuminated. The houses, the church, the street lamps, including the ones by the level crossing – everywhere a warm glow.

I get the steam locomotive and carriages moving with a simple but careful half turn to the transformer. There they go! The journey commences. The train with lighted carriages starts moving. First a round of the village. A young blond woman with a brown suitcase and a conductor dressed in blue wait patiently at the station. The green Jaguar follows the train for a bit on the parallel road. Then the switches. Fortunately changed on time! The strip of light from the carriages pushes away the darkness of the night. In the second and third rings too. For a few moments the moving light disappears into the darkness of the tunnel to then appear again in triumph. Turn down the power a bit or the whole contraption will hit the buffer. I bring the train to a smooth halt…

My father and I look together at a scene of light and darkness. The dynamics of movement – slow, then quick, then slow again. That excitement. That contrast.

In stillness we are happy with each other and what we see. The very best of my childhood. The enchanting beauty of slow dancing light that banishes darkness.