JOSEPHINE’S WELL

For English, scroll down

3D stereoscopische installatie, 2011, 3’37”

josephine 1

Onze paradoxale verhouding tot de Ander, naar wie wij reiken en verlangen, maar wiens radicale anders-zijn wij ook moeten aanvaarden, komt in het werk van Arent Weevers nergens zo helder aan het licht als in Josephine’s Well uit 2011. De 3D stereoscopische installatie, een loop van drieënhalve minuut, laat een jong meisje met blond haar zien dat vanuit de diepte langzaam omhoog zweeft. Na verloop van tijd volgen een tweede en een derde meisje, achter en voor elkaar langs. Ze wenden één voor één hun blik naar boven om vervolgens steeds verder in het donker te verdwijnen. Dan komt een naakte vrouw – ook met lang blond haar – omhoog. Ze zweeft met een uitgestrekte hand de kijker tegemoet, zelfs zo ver, dat zij als het ware door de virtuele vloer heen breekt.

Het werk roept bij toeschouwers zeer tegengestelde emoties op. De eerste impuls is dat men de vrouw wil aanraken en tegelijkertijd beseft dat het beeld pure illusie is. De kijker weet maar al te goed dat de vrouw in een andere wereld verblijft en zich van daaruit voor even losmaakt, zonder dat de kloof tussen haar wereld en die van de toeschouwer kan worden geslecht. Aan de onmogelijkheid om elkaar echt te raken, te omhelzen, zit een pijnlijke kant. De zwevende vrouw, met haar perfecte, naakte lichaam, is als een schim uit het dodenrijk, als Eurydice voor Orpheus.

Het verlangen dat niet ophoudt bij dood, keert ook terug in de film Solaris (1972) van Andrei Tarkovski. In Solaris (gebaseerd op een boek van Stanislaw Lem) wordt Kris Kelvin naar een ruimtestation bij de planeet Solaris gestuurd, omdat er meerdere sterfgevallen in het ruimtestation zouden hebben plaatsgevonden. Ter plaatse ervaart hij dat er iets vreemds aan de hand is met de oceaan van de planeet. Deze blijkt in staat wensen te vervullen. Kris’ diepste wens is een hereniging met zijn overleden vrouw Harey. Deze vindt ook plaats, al blijft gedurende de gehele film onduidelijkheid bestaan over de vorm van deze hereniging: is deze louter een geestesspinsel van Kris, of is er meer aan de hand?
In zijn boek De verzegelde tijd refereert Tarkovski aan de contactarmoede van de bioscoopbezoeker en diens zoektocht naar de ‘verloren tijd’. Tegelijkertijd citeert hij I Korintiërs 15 vers 12: ‘Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is?’*

Josephine’s Well is minder uitgesproken. Noch de verloren liefde, noch de opstanding uit de dood wordt gethematiseerd. Arent Weevers heeft de ‘anastasis’ ontkleed door directe verwijzingen naar de liefde en de dood weg te laten. Omwille van haar perfecte, popachtige lichaam wordt de vrouw anoniem te midden van een donkere omgeving, wordt zij de personificatie van het verlangen zelf. Een verbeelding van een verlangen dat alle dimensies overstijgt.

Drs. Wouter Prins | kunsthistoricus en curator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden

* Andrei Tarkovski, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Historische Uitgeverij, Groningen 1986, blz. 77, 89.

Zie ook: Hans Alma en Johan Goud, Maar zie, ik heb lief! – Eros in kunst en religie. Meinema, Zoetermeer 2016, blz. 15 e.v.

English

Josephine’s Well
3D stereoscopic installation, 2011, 3’37”

Nowhere in the work of Arent Weevers does our paradoxical relationship with the Other, whom we reach towards and whom we desire, but whose radical otherness we have to accept, come so clearly to light as in Josephine’s Well. The 3D stereoscopic installation, a 3.5-minute loop, shows a young girl with blonde hair who slowly floats upwards from the depths. After some time, a second and a third girl follow. One by one they direct their gaze upwards and then disappear into the darkness. Then a naked woman appears – also with long blond hair. She floats towards the viewer with an outstretched hand, so close that she almost seems to break through the virtual floor.

The work evokes very conflicting emotions in the viewer. Your first impulse is to want to touch the woman and at the same time you realize that the image is pure illusion. The viewer knows only too well that the woman is part of another world. For one moment she seems to breaks free, although the viewer knows she can never really bridge the gap. The inability to really touch or embrace has a painful side. The floating woman, with her perfect, naked body, is like a ghost from the underworld, as Eurydice was for Orpheus. The desire that does not end with death.

Neither the lost love, nor the resurrection from the dead is addressed thematically. Arent Weevers has undressed the ‘anastasis’ by omitting direct references to love and death. Because of her perfect, doll-like body, the woman is anonymous amid the dark environment; she becomes the personification of desire itself. An image of a desire that transcends all dimensions.

Drs. Wouter Prins | Art historian and curator of The Museum of Religious Art in Uden, The Netherlands.

* Andrei Tarkovski, The sealed time – Reflections on film art. Historische Uitgeverij, Groningen 1986, page 77, 89 (Dutch only).
Further reading: Hans Alma en Johan Goud, But see, I love! Eros in religion and art. Meinema, Zoetermeer 2016 (Dutch only).