Category Archives: Background

ECCE HOMO

By | Background | No Comments

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Het scherm is buitengewoon – en Arent Weevers’ werk Ecce Homo is dat ook. Het toont een naakte jongen, die met uitgestrekte armen ondersteboven gewichtloos in een atmosfeer beweegt, maar eigenlijk navigeert hij door een kleine kubusvormige kist. In werkelijkheid is de ruimte leeg. Toch veroorzaakt de typische 3D-technologie die Weevers gebruikt, het idee dat er een schijnbaar levende sculptuur is, die echter in het volgende moment een illusie blijkt te zijn. Het is slechts een projectie van de menselijke geest.

De jongen bestaat uit licht, en licht maakt de gestalte. Hij is naakt en vanwege zijn leeftijd vrij van de herinneringen, meningen en identiteit die een volwassene ​​als een harnas draagt. Deze vrijheid maakt hem sterk, in weerwil van zijn kwetsbaarheid. En in tegenstelling tot de ‘Ecce Homo’ van het evangelie van Johannes is hij ongedeerd. Geen doornenkroon kwelt hem, geen purperen kleed dat herinnert aan een misdrijf, en geen enkele natie veroordeelt hem.

Zijn leven in de kist is ongedwongen en rustig, terwijl de buitenwereld van de kijker zich op een hoge snelheid blijft bewegen. Leed en ontheiliging als een metafoor van het aardse bestaan ​​gaan binnenkort beginnen. Of heeft hij deze reis al ondergaan?

Dr. Annette Doms | kunsthistoricus | pleitbezorger van digitale media, docent Urstein Institut Salzburg, co-oprichter & artistiek directeur van UNPAINTED, CEO van ICAA, oprichter van ARTWARD

English

Ecce Homo
3D holografic video-installation, 2015, 2’41”

The screen is out of the ordinary – and Arent Weevers’ work “Ecce Homo” is out of the ordinary. It shows a naked boy, who moves headlong with outstretched arms, weightless in the sphere, although actually he is navigating through a cubic box. In reality the space is empty. Nevertheless, the typical 3-D technology used by Weevers causes the perception of a seemingly living sculpture – that proves, however, to be an illusion the next moment. It is merely a projection of the human mind. The boy consists of light, and light makes the form. He is naked and due to his age free of the memories, opinions and identity that an adult wears like a suit of armour. This freedom makes him strong in spite of his vulnerability and, in contrast with the “Ecce Homo” of the Gospel of John, he is unharmed. No crown of thorns torments him, no purple robe recalls violation and no nation judges him. His life in the box is free and easy, while the outside world of the viewer continues to move at a high-speed pace. Suffering and desecration as a metaphor of earthly existence are about to take place soon. Or did he already undergo this journey?

Dr. Annette Doms |Art Historian |Digital Media Evangelist, Lecturer Urstein Institut Salzburg, Co-founder & Artistic Director of UNPAINTED, CEO of ICAA, Founder of ARTWARD

Ecce Homo – Predikant

By | Background | No Comments

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Predikant
De meesten zullen het niet weten, maar ik was vroeger maatschappelijk werker bij de Raad voor de Kinderbescherming in Amsterdam. Dat is gedwongen hulpverlening. Moeders aan de speed, dronken vaders die hun kinderen slaan en ruziënde ouders tijdens echtscheiding.
Het heftigste van het heftigste.
Vanuit de organisatie werden die mensen casussen. In vijf gesprekken moest ik proberen ze zover te krijgen dat ze weer naar de vrijwillige hulpverlening konden/wilden. Maar die mensen waren juist afgeknapt op die hulpverlening, en hun wantrouwen was groot. Ze vertrouwden mij wel. Zij deden een appèl op mij. En dan moest ik ze wegsturen?

Maar ik wil net zolang met de hulpvragers meelopen tot ze het leven weer echt op de rails krijgen. Dat ze weer mooie gebeurtenissen kunnen beleven. Dat hun ziel wordt aangeraakt.

Dat is mijn reden geweest om uiteindelijk predikant te worden. In de kwetsbaarheid de levenskracht te ontdekken. Iets te ervaren van een geheim van het leven dat je draagt. Iets wat je verstand te boven gaat. Ik gun het iedereen zo’n bijna-heilig moment mee te maken.

Tijdens een training ‘Spir!t, de weg naar bezieling’ voor studenten op Saxion Hogeschool komt dat ook terug. Als studentenpredikant heb ik veel te maken met jongeren die zielenpijn hebben. Die met hun ziel onder de arm lopen.

Tijdens de voorstelronde praten we over beweegredenen om deze training te volgen. Een studente zei: ‘Het gaat niet goed met mij. Ik ben mijn enthousiasme kwijt. Voor mijn studie, maar eigenlijk ook om te leven. Ik ben mezelf kwijt.’ Mijn hart krimpt altijd ineen als ik zoiets hoor. Zo jong, zo zoekend en zo ontredderd.

Vanaf het eerste moment had deze studente zich heel kwetsbaar opgesteld. Daarna kwamen er vijf sessies waarin ze onveranderd bleef. Ze leek wel van beton. Ik probeerde haar wel te prikkelen, druppels water op het beton te laten vallen, maar er gebeurde ogenschijnlijk niets. Terwijl ik bij anderen uit de groep kleine en grote zichtbare veranderingen zag.

Tot de zesde bijeenkomst! Ze kwam de deur door. Haar gezicht, haar ogen – ik zag het meteen, er had een metamorfose plaatsgevonden. Ze had zichzelf – wat dat ook mag zijn – teruggevonden. Het beton was gebroken. Prachtig om te zien! Het overweldigde mij. Als ik eraan terugdenk, krijg ik weer goosebumps, kippenvel

English

Ecce Homo
3D holographic video installation, 2015, 2’41”

Pastor
Most people don’t know it, but in the past I was a social worker at the Child Protection Board in Amsterdam. That is compulsory social care. Mothers on speed, drunken fathers who batter their children and parents fighting out the divorce process. The most heated situations. The organisation saw these people as cases. In just five conversations I had to try to get them so far that they could and wanted to seek voluntary assistance again. But these were people who had given up on social care, and they were full of distrust. They did trust me. They made an appeal to me. And was I then meant to send them away?  But I wanted to be at the clients’ side until they really had their life back on the rails. Until they could again experience the beautiful things in life. Until their souls were touched.  And that is why I ultimately became a pastor. To discover the life-force in vulnerability. Experiencing something of the secret of life within. Something which is above understanding. A near-holy moment I’d like everyone to experience.

During the training course ‘Spir!t, the Way to Inspiration’ for students of the Saxion University of the Applied Sciences, the same theme repeats itself. As a student chaplain I meet many students with soul-ache. Who are lost and adrift. During the introductory round we talk about motivation and reasons to follow this course. One young woman student said: ‘It’s not going well with me. I’ve lost my enthusiasm. Not only for my degree, but also for life itself. I’ve lost myself.’ My heart always trembles when I hear something like this. So young, so searching and so distressed.

From the very first this student presented a very vulnerable picture. In the following five sessions she remained unchanged. She seemed to be made of stone. I did try to stimulate her, to let drops of water fall on the stone, but nothing appeared to happen. While in the meantime I observed both small and big changes in others from the group.

Until the sixth meeting! She came through the door. I could see it immediately in her face, her eyes – a metamorphosis had taken place. She had found herself again, whatever that means. The stone had been shattered. It was wonderful to see! It overwhelmed me. When I look back, it still gives me goosebumps.

*Ecce Homo preview: http://www.arentweevers.com/ecce-homo

Ecce Homo – Hoe en Waarom

By | Background | No Comments

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Hoe en waarom
Van begin af aan wist ik dat de installatie Ecce Homo in een klein rechthoekig kistje op een holografische wijze vertoond moest worden. De bekisting met hout van 180 jaar oud heb ik bij een antieke-meubelen-maker laten fabriceren. De staander bij de lokale smid. Het filmmateriaal van het naakte kindje dat ondersteboven hangt en de armpjes uitstrekt, was al geschoten.

Als je door de kleine uitsparing kijkt, dan is het zeer jonge kind op z’n kop te zien. Zo was de originele opname niet, maar door de interne spiegeling kwam het juist goed uit.

Anders dan bij mijn 3D-werken – waarin de beelden naar je toe komen – moet je juist bij Ecce Homo ernaartoe gaan. Mensen kijken, kijken en kijken nog eens. Doen een stapje naar voren, komen dichterbij. Daarna bepaalt de koptelefoon op het plateau een beetje de afstand. Immers, de dissonante muziek van David Dramm is onlosmakelijk met het werk verbonden. Het is er zelfs speciaal voor gecomponeerd, maar de spanning tussen beeld en geluid komt op tienden van seconden aan. Onbewust zocht ik naar dat éne moment waarop mijn hart ineenkrimpt. Hetzelfde gevoel als bij het horen van het muziekstuk Hurt in de uitvoering van Johnny Cash. Evenals bij Jesus Alone – Nick Cave, The River – PJ Harvey, Cut the World – Antony and the Johnsons, Spider Monkey – Beth Gibbons, My Oblivion – Tindersticks, Bad As Me – Tom Waits, Glory Box – Portishead, Lady Grinning Soul – David Bowie. Om maar aan te geven hoe belangrijk muziek voor mij is.

We hebben nog samen zitten stoeien. Waar in de tijdlijn moest het dramatische gedeelte van het muziekstuk beginnen? Een cruciaal moment. Een keuze tussen wanhoop en hoop. Konden we het toch bij elkaar houden?
Niet iedereen nam voldoende afstand tot het kunstwerk. In de Martinikerk in Groningen was er zelfs iemand die na veel heen en weer kijken haar hand door het venster in het ‘kistje’ stak om te weten of ze het beeld kon aanraken. Nee dus. Ze was helemaal verward toen ze aan de achterkant door het venster keek: het beeld was weg!
Het spel tussen realisme en illusie in een notendop. Het blijft toch elke keer weer bizar dat je met materie – zij het digitaal – beide tegelijkertijd kunt bewerkstelligen. Het is er écht – werkelijk – en het is er níet, al komt dat vaak in tweede instantie. Maar het gaat er natuurlijk om of het werk ‘geloofwaardig’ is.

Het mag duidelijk zijn dat mij het lijden van jonge onschuldige kinderen aan het hart gaat. Hoewel erg particulier gepresenteerd is het kunstwerk ook universeel bedoeld. De titel Ecce Homo verwijst naar de stadhouder Pilatus. Volgens het Johannes-evangelie in de Bijbel zegt hij: ‘Ecce Homo’/‘Zie de mens’ tegen de opgejutte meute die Jezus gekruisigd wil zien. Ik denk dat Pilatus het ook cynisch bedoeld heeft. Zo van: ‘Zie de koning!’ Jezus stond daar, gemarteld en bijna naakt, in al zijn kwetsbaarheid tentoongesteld.

Tijdens de première in 2015 van Ecce Homo deden de filmbeelden veel bezoekers onmiddellijk denken aan het levenloze lichaam van het driejarige jongetje Aylan. Hij spoelde bij de Turkse badplaats Bodrum aan en de foto daarvan ging de hele wereld over. Maar mijn filmbeelden waren al veel eerder gemaakt.
De context waarin je leeft, bepaalt mede hoe je kijkt. Ik houd mij bezig met verleden én toekomst. In die spanning leven wij. In het leven gaat het om onszelf en de ander. Het gaat om het bestaan als persoon in een gemeenschap. Mens met de medemens. De installatie lijkt een reactie van verbondenheid met elkaar op te roepen.

Ik vertelde in een interview met het online-platform Nieuw Wij: ‘Ik wil zo veel mogelijk franje weglaten, dat leidt maar af van de essentie: de kwetsbare schoonheid van de mens. Evenals het lijden probeer ik die essentie te peilen. Dat geldt trouwens ook voor het dagelijks leven. Juist daar ligt voor ieder mens altijd die uitdaging: durf je een relatie aan te gaan met wie zich aandient, in al je kwetsbaarheid?’

De noodzaak van plaatsing van dit werk in een monumentale kerk is er niet. Ik vind het zelfs krachtiger in een gestripte industriële omgeving. Je voelt dat al bij het zien van de preview.*
De expositie in het ontmantelde en gestripte fabriekspand voor verwarmingsinstallaties in München onderstreepte dat nog eens. Ik ben er nog niet achter hoe dat kwam. Misschien door de slijt die in dat pand hangt. Maar in zijn algemeenheid werkt deze installatie veel beter in een ‘geleefde’ omgeving, omdat je door de uitsparing de achtergrond van de omgeving kunt zien – zowel door het beeld heen als door de achterkant, waar je alleen de omgeving ziet. De omgeving wordt daardoor een prachtig onderdeel van het werk.

* Preview Ecce Homo: http://www.arentweevers.com/ecce-homo

English

Ecce Homo
3D holographic video installation, 2015, 2’41”

How and why
Right from the beginning I knew the Ecce Homo installation had to be displayed holographically in a small rectangular case. I had the case made by an antique furniture restorer using wood which is 180 years old. The stand was made by the local smith. The film material of the naked child hanging upside down and holding out his arms had been shot previously. If you look through the little opening, then you can see the very young child on his head. Of course he wasn’t upside down in the original take, but the effect was achieved with internal mirroring.

In contrast with my 3D work – where the images come towards you – it is you who have to approach Ecce Homo. People look and look and look again. Take a step forwards and come closer. After that the headphones really determine the distance between the object and the observer. In fact, David Dramm’s dissonant music is inextricably linked with the work and was even specially composed for it; the tension between and the timing of image and sound have to be just right. Unconsciously I was searching for that moment when my heart is touched. For the same feeling I get when I listen to Johnny Cash’s version of Hurt. Or Jesus Alone (Nick Cave), The River (PJ Harvey), Cut the World (Antony and the Johnsons), Spider Monkey (Beth Gibbons), My Oblivion (Tindersticks), Bad As Me (Tom Waits), Glory Box (Portishead) or Lady Grinning Soul (David Bowie). Music is very important for me. We played around with it together. Where should the dramatic part of the music begin? A crucial moment. A choice between hope and desperation. Couldn’t we keep them both?
Not everyone took sufficient distance from the work, in the very literal sense. In the Martini Church in the city of Groningen there was even someone who, after taking a look, stuck her hand through the window in the case to see if she could touch the image. Of course she couldn’t. And she was totally confused when she looked through the window at the back of the work and found that the image had gone!
In a nutshell it’s about the interplay between realism and illusion. And it always remains bizarre how you can achieve both at once, and even with digital material. It really is there, and at the same time it’s not, though often that only becomes obvious later. But of course what it’s all about is whether you can believe the work is real.

Obviously I cannot abide the suffering of young and innocent children. Even if it is presented as something very specific, the artwork also has a universal meaning. The title Ecce Homo alludes to Pontius Pilate. According to St John’s Gospel in the Bible he says: ‘Ecce Homo’ or ‘Behold the man’ to the unruly crowd who want to have Christ crucified. I think that Pilate meant it cynically, in the meaning of:  ‘Is this the King?!’, as Jesus stood there, tortured and nearly naked, on show in all his vulnerability.

During the 2015 premiere of Ecce Homo for many the film images recalled Aylan, the three-year-old boy whose lifeless body was washed ashore in the Turkish resort of Bodrum, and photos of which went global. My images, however, were made much earlier. It is the background against which you live that determines how you look at things. I am concerned with the past and the future, and our lives are full of such tension. Tension between our self and others. It’s about our existence as a person who is part of a community. With our fellow man. The installation seems to evoke a feeling of connectedness with each other.

In an interview with the online platform Nieuw Wij I stated the following: ‘What I want to do is to leave out the frills; they distract from the essence, the vulnerable beauty of human beings. I try to measure both their suffering and their essence. The same is true for daily life. That is where the challenge is, for everyone: do you dare to relate to whoever comes along, in all your vulnerability?’

Exhibiting this work in a huge church is not necessary. I find this piece even more powerful in a bare industrial environment. You already feel that when you look at the preview.* The exhibition in the bare and decommissioned central heating installation factory in Munich also underlined that. I still haven’t discovered how. Perhaps because of the atmosphere of decay and destruction in the building. In general this installation works much better in a ‘lived-in’ space, where you can see the background and environment through the opening. The environment becomes a stunning part of the work.

* Preview Ecce Homo: http://www.arentweevers.com/ecce-homo

Ecce Homo – Kwetsbaarheid

By | Background | No Comments

For English, scroll down     

3D holografische video-installatie, 2015, 2’41”

Kwetsbaarheid
Kwetsbaarheid bleek ineens het woord te zijn dat mijn pastorale werk als predikant en beeldend kunstenaar met elkaar verbindt. In de expositieruimte van Nieuw Dakota in Amsterdam – waar al mijn kunstwerken bij elkaar stonden – viel het kwartje. Ik ga altijd onbewust uit van de ervaring van kwetsbaarheid – noodzakelijk lichamelijk en non-conceptueel/prereflectief. Dan komen de beelden, als vanzelf bewegend en ruimtelijk.

Kwetsbaarheid heeft te maken met een ‘onbegrensd’ aspect, een ‘opening’ in het concrete alledaagse. ‘Onbegrensd’, omdat tijdens de ervaringen wordt beseft dat de mens niet af is. Het is een ongemakkelijk gevoel. We doen er dan ook alles aan om dat buiten de deur te houden. Tegelijkertijd is dát wat mensen met elkaar verbindt: iedereen is ten diepste existentieel kwetsbaar.

Die ‘opening’ in het concrete dagelijkse – die kwetsbaarheid – is een voorwaarde voor de gevoeligheid voor het lijden van de ander. Dat je je laat raken wanneer er een appèl op je wordt gedaan. Daar zit de kern van de betekenis van kwetsbaarheid. Dat is niet morgen of overmorgen, dat is nu. Je moet van goeden huize komen om onder die verantwoordelijkheid uit te  komen. Niet alleen omdat je dan de ander in de steek laat – dat natuurlijk in de eerste plaats – maar ook omdat je jezelf dan in de steek laat. De ander is namelijk je pneuma, je bezieling.
Het is allemaal vreemd en paradoxaal. Je wilt helemaal niet uit je comfortzone gestoten worden. Je voelt het ook in je lijf. Onrust, weerstand, woede… ‘Waarom laat hij/zij mij niet met rust’ en ‘Ik heb er nu geen zin in.’
Maar het ingaan op de hulpvraag geeft nu juist zin. Noem het levenskracht. Noem het de kracht van kwetsbaarheid. De mens kan het meest in zijn bestaan gekend worden wanneer het lijden wordt beantwoord en gedeeld. Noem het de paradox van kwetsbaarheid en kracht.
Overigens, genieten kan ook alleen maar bij de gratie van kwetsbaarheid. Ergens, diep vanbinnen, weet je dat het in een split second zomaar voorbij kan zijn.

Vanuit de joodse en christelijke traditie is de hulpvrager God zelf, de Ander, die jou aanspreekt. Met het lichaam dat honger en dorst heeft, het angstige gelaat van een vreemdeling, het lijf van een ernstig zieke, spreekt de Ander je aan (zie Bijbelverhaal Mattheus hoofdstuk 25 vers 31 e.v.).
Wat doe je? De ander, de vreemde, toelaten betekent dat je de Ander toelaat. In je hoofd kan het gaan tollen. Het zoeken en vinden van God, de Ander, is de weg van kwetsbaarheid gaan en de ander helpen zover het in je vermogen ligt.

English

Ecce Homo
3D holographic video installation, 2015, 2’41”

Vulnerability
It has turned out that vulnerability is the word that connects my pastoral work with my work as a visual artist. The penny suddenly dropped when I was standing in the exhibition space of Nieuw Dakota in Amsterdam – where all my artworks were being exhibited. Unconsciously, my starting point is always the experience of vulnerability, which is necessarily physical and non-conceptual, prereflective. Then the images appear, three-dimensional and moving by themselves.

Vulnerability is about limitlessness, a gap in concrete everyday life. ‘Limitless’ because during experiences one realises that man is not finished. It is an uneasy feeling. And we do all we can to prevent it. At the same time, precisely that is what connects people with each other: everyone is very deeply existentially vulnerable.

This gap in concrete daily life – this vulnerability – is a precondition for sensitivity to another’s suffering. That you allow yourself to be moved when an appeal is made to you. There lies the meaning of vulnerability. Not tomorrow or the day after, but now. You can’t get away from the responsibility. Not only because you then leave the other person in the lurch – that first of course – but also because you then let yourself down. The other person is actually your spirit, your inspiration.
It is all strange and paradoxical. You really don’t want to be forced out of your comfort zone. You can also feel it in your body. Agitation, resistance, rage… ‘Why can’t he/she let me alone? ’ and ‘I can’t be doing with this now’.

But responding to the request for help does give meaning. Call it the life force. Call it the power of vulnerability. A human being’s existence is truly recognised when suffering is both answered and shared. Call it the paradox of vulnerability and power. Moreover, enjoyment is only possible because of vulnerability. Somewhere, deep inside, you know that it could be over in a split second.

In the Jewish and Christian tradition God himself is the one who asks for help, the Other, who addresses you. With the body of someone who is suffering from hunger and thirst, the scared expression of a stranger, and the body of someone who is seriously ill, the Other speaks to you (see St Matthew’s Gospel, chapter 25, verse 31 onwards). What do you do? Letting the other, the stranger, in means letting the Other in. Your head starts spinning. Searching and finding God, the Other, is walking the road of vulnerability and helping the other as much as you can.

Josephine’s Well – Inspiratiebron

By | Background | No Comments

For English, scroll down

3D stereoscopische installatie, 2011, 3’37”

Inspiratiebron

Mijn kunst is ook een expressie van existentiële ervaringen, maar het is nooit alleen maar door zulke ervaringen. De inspiratie voor mijn kunst haal ik uit het leven zelf, uit ervaringen in mijn pastorale werk, uit het nieuws en uit mijn persoonlijke leven. Verder speelt  het onderzoek naar de technische mogelijkheden van vormgeving een belangrijke rol.  Op de achtergrond spelen ook altijd mee: muziek, moderne dans, beeldhouwkunst, architectuur, maar ook Bijbelverhalen. De kunst neemt het universele op in het persoonlijke, in het persoonlijke doorvoel je het universele. In die confronterende en ontregelende verbeeldingskracht wil het kunstwerk je meenemen. Dat kunstwerk voelt bevreemdend, anders. Het is een zinspelen op een diep verstaan: van niet weten, maar toch bevroeden. Het heeft te maken met jouw staan en gaan in tijdelijkheid en vergankelijkheid. Kunst, en in zekere zin ook religie, duiden niet – in de zin van met je verstand iets kunnen begrijpen. Behalve in poëzie buigt taal zijn hoofd voor beeld en rituelen.

Kunst maken is voor mij slechts het naar buiten brengen van mijn diepste emoties en beelden. Veelal komen ze in (dag)dromen tot mij. Ook al moet er systematisch gewerkt worden, de intuïtie heeft altijd het laatste woord. De emoties zijn in het beeld ‘verpakt’: verbeelding waarin de emoties wonen. Het heeft ook een lichamelijke dimensie. De pijn of het geluk is voelbaar. En als dat voor mij geldt, geldt dat wellicht ook voor de bezoeker.

In het kunstwerk komt voor mij ook alles bij elkaar. Splitsing van positieve en negatieve contrasterende ervaringen zie ik niet in mijn werk terug, althans ik ben er niet op uit. Het is er allemaal vaak tegelijkertijd. Het intens beleven van schoonheid, geluk, liefde, geboorte, vrede mengt zich met de vergankelijkheid daarvan – lelijkheid, ongeluk, liefdeloosheid, dood en geweld. Het één roept het andere op.

Het meest gelukkig ben ik wanneer mijn werk iets bij een ander weet te bewerkstelligen. Ik vermoed dat wanneer ik zou vertellen wat de aanleiding is geweest om Josephine’s Well te maken, het universele, verlangende karakter teniet zou worden gedaan. Het gaat mij ook niet om mijn persoonlijke verbeelding van die aanleiding, maar om wat het kunstwerk ons uiteindelijk allemaal te zeggen heeft.

Dus in dit geval zwijg ik. Josephine’s Well  is te groots, komt uit de universele scheppende bron, die mijn verstand te boven gaat.

English

Josephine’s Well
3D stereoscopic installation, 2011, 3’37”

Source of inspiration
My art is also an expression of existential experiences, but never comes about solely through such experiences. I get inspiration for my art from life itself, from experiences in my pastoral work, from the news and from my personal life. In addition research into the technological possibilities of design is vital. And the background music, modern dance, sculpture, architecture and also Bible stories all play an important background role. Art incorporates the universal in the personal; in what is personal you have the universal. The artwork wants to carry you away with its confrontational and disconcerting imaginative power. That artwork feels perplexing, different. It is an allusion to a deep understanding, not knowing but still comprehending. It’s about your position and movement in the temporary and transient. Art, and to a certain extent religion too, cannot be explained – in the sense that you can understand them entirely. Except in poetry language is subservient to image and ritual.

For me making art is merely the way to externalise my deepest emotions and images. Often they come to me in dreams and daydreams. And although working systematically is important, intuition always has the last word. The emotions are ‘packaged’ in the image: the image represents the emotions. There is also a physical dimension. The pain or the happiness is tangible. And if that is true for me, it is also true for the visitor.

In the artwork everything comes together for me. Divisions between contrasting positive and negative experiences are not something I recognise in my work, at least they’re not what I’m aiming for. Often it’s all there at the same time. The intense experience of beauty, happiness, love, birth, peace mingles with the transience of it all – ugliness, unhappiness, lovelessness, death and violence.  One summons up the other.

What makes me most happy is when my work has an effect on someone else. I suspect that if I were to reveal what triggered the making of Josephine’s Well, its universal, yearning character would be severely damaged. For me it’s also not about my personal interpretation of that trigger, but what the artwork ultimately has to say to all of us.

So in this instance I’m going to keep quiet. Josephine’s Well is too significant, and comes from the universal creative imagination, which is far above my understanding.

Josephine’s Well – Het naakte lichaam

By | Background | No Comments

For English scroll down

3D stereoscopische installatie, 2011, 3’37”

Het naakte lichaam
Na jaren zag ik haar weer. Ze kwam naar Mary! kijken waar zij destijds model voor stond. Ze had haar vriend meegenomen en haar dochter van 5 jaar van wie ze toentertijd zwanger was.
Ik denk dat de dochter de vraag eerst aan haar moeder had gesteld voordat ze naar mij toe kwam en vroeg: ‘Waarom is mijn moeder bloot in de film?’ Gewoon een vraag uit pure nieuwsgierigheid, zoals alleen kinderen dat maar kunnen doen. Ik stamelde iets over ‘wilde laten zien dat het spannend is als je een kindje in je lichaam hebt’ en ‘zonder kleren is dat beter te zien dan met kleren aan’. De vraag overviel mij. Er was ook een perspectiefwisseling van object naar subject zoals het kind naar de film keek. Het is haar moeder, niet zomaar een naakte vrouw. Vandaar ook dat ze ‘bloot’ zei in plaats van ‘naakt’? Niet bewust natuurlijk.
Ik had toch niet echt het gevoel voldoende antwoord op haar vraag te hebben gegeven, maar zij keek mij aan alsof ze het begreep. Ze ging weer naar haar moeder, die ergens verderop in de kerk stond, op afstand haar in de gaten houdend.

Nu kijkt een kind anders dan een volwassene, een man weer anders dan een vrouw, en dan spelen de seksuele geaardheid, opvoeding en culturele achtergrond ook nog eens een grote rol.
Op één plek was een homoseksuele man teleurgesteld omdat er geen mannelijk naakt te zien was. Ik heb hem vriendelijk verteld dat hij maar eens goed moest gaan kijken naar Travelling of the Heart en Free Among the Dead.
Ook liepen er daags daarna dames in mantelpakjes tierend rond die het niet kuis vonden dat in de kerk naakt te zien was. Ze hadden net Josephine’s Well gezien. De enige remedie was om ze een rondleiding langs alle werken te geven. Na een dik uur stonden ze aan de uitgang en zeiden ze in koor: ‘De naakte mens is toch wel heel mooi’ en: ‘Daarin zijn we allemaal gelijk.’ Tja…

Natuurlijk ben ik niet altijd op de exposities aanwezig. Ik kon ook niet voorkomen dat enkele vrouwen uit Spanje en Italië bij de receptie een klacht indienden. Dat was trouwens weer in een andere kerk. Maria – Moeder Gods – kun je niet naakt in de kerk vertonen! Ze waren geschokt. Maar moet er nu uitleg bij de werken komen waarom dat is gedaan? En zou dat de blik en het waardeoordeel van de bezoeker echt wijzigen?

Overigens: ik ben op jonge vrouwen en mannen met een Zuid-Europees uiterlijk afgestapt die Mary! uitvoerig en intens hadden bekeken. Ze vonden het adembenemend ‘mooi’, maar toch ook ‘pijnlijk’. Moet er een generatie overheen gaan om mensen uit hun oordelen te halen?
Daar ben ik toch niet zo zeker van. Tijdens een lezing stond een vrouwelijke luisteraar al direct klaar met haar oordeel: ‘Daar heb je weer zo’n man die zo nodig blote vrouwen moet afbeelden’ (ze zei nog net niet: ‘ter eer en glorie van zijn eigen genot’). Ik zag het – in mijn naïviteit wellicht – niet aankomen. Het bracht mij ook van mijn stuk. Ik voelde mij in mijn kunstenaarschap aangetast. Ze kookte van woede en moest eerst stoom afblazen voordat ze open kon staan voor de achtergronden van dit werk. De uitleg hielp gelukkig.

Vooral vrouwen reageren, maar die durven misschien ook meer hun emoties te tonen. Ze kunnen ook een brok in hun keel krijgen, tranen in hun ooghoek, al zijn er gelukkig ook mannen bij wie dat teweeg wordt gebracht. Mannen zijn over het algemeen iets zuiniger met woorden. Eentje zei: ‘Wat je nu doet, is toch wel revolutionair!’ Hij bedoelde dat het naakt in de kerk werd getoond. Ik vroeg hem toch maar of hij het ook mooi vond: ‘Prachtig!’
Mannen laten het gesprek het liefst op gang komen via een vraag over de techniek (‘Hoe heb je het gemaakt?’). Mij maakt het niet uit.

Tegen deze achtergronden was de expositie in een galerie in Buenos Aires in Argentinië een verademing. Als kunstenaar heb ik nog nooit zo’n open, direct emotionele interactie met het publiek gehad. Is het naakte lijf – privé en publiekelijk – daar veel meer vertrouwd? Kijken Argentijnse vrouwen niet zo snel (meer) door de ogen van een man naar zichzelf en/of vrouwelijk naakt? Zijn ze de emancipatie voorbij? Zij vonden het bijna vanzelfsprekend dat je met het naakte lichaam tegelijkertijd zowel kracht als kwetsbaarheid kunt uitdrukken. Bovendien vonden ze het niet raar dat ik ook predikant ben (moet je in Nederland mee aankomen…).

Al met al: het naakte lichaam laat je niet onberoerd.

English

Josephine’s Well
3D stereoscopic installation, 2011, 3’37”

The naked body
It was a few years since I’d seen her. She came to look at Mary! the work for which she had been the model.  She had brought along both her boyfriend and her five-year-old daughter, with whom she was pregnant when we worked together. I think that the daughter had put the question to her mother first before she came to me and asked: ‘Why hasn’t my mother got any clothes on in the film?’ A question posed out of pure curiosity, in the way only children can. I mumbled something about ‘wanting to show how exciting it is when you have a child inside your body’ and ‘you can see that a lot better without clothes than with clothes on’. I was really surprised by the question. There was also a change in perspective from object to subject in the way the child looked at the film. It is her mother, not just any naked woman. That’s why she said ‘my mother (hasn’t) got any clothes on’ rather than ‘my mother is naked’. That wasn’t something she did consciously. I didn’t really feel I’d given an adequate answer to her question, but she looked at me as if she understood. She went back to her mother, who was standing further up in the church, keeping her eye on her child from a distance.

At any event a child looks at things differently to an adult, a man differently to a woman, and sexual orientation, upbringing and cultural background also play a big role. In one place a gay man said he was disappointed that there were no naked men. I advised him to take a good look at Travelling of the Heart and Free among the Dead. A few days later some ladies, who were smartly attired in two-piece skirt suits, got quite upset because they found it not proper to show naked figures in the church. They had just been looking at Josephine’s Well. The only solution was to give them a tour of all the artworks. A full hour later they stood at the exit and said in chorus: ‘The naked human body is actually very beautiful’ and: ‘After all we all look the same.’ Well, well, well…

Of course I am not always present at exhibitions. I also could not prevent several Spanish and Italian women from submitting a complaint to reception, although this was in another church. You cannot show Mary, the Mother of God, naked in the church! They were shocked. But should there be a sign next to the works explaining why this has been done? And would that really change the way visitors look at the exhibits and their value judgements?

I also approached some young men and women of southern European appearance who had just been looking at Mary! intensely. They found it breathtakingly ‘beautiful’, but also ‘painful’. Does it take a whole generation before people stop making prejudgements? I’m not too sure about that. During a lecture one female listener was ready straight away with her judgement: ‘There’s one of those men again who finds it necessary to make pictures of nude women’ (she didn’t actually say ‘for his personal pleasure’, but that was what she meant). In my naivety, I didn’t see it coming. I was quite shaken by it. I felt my status as a professional artist was being called into question. She’d worked herself into a rage and had to let off steam before she could be open to the background behind this work. Fortunately the explanation helped.

Usually it’s women from whom I get more of a reaction, but perhaps that’s because they show their emotions more. They get a lump in their throat or tears in their eyes, although happily there are also men who react the same way. Men are in general more sparing with their words. One man said: ‘What you’re now doing is actually quite revolutionary!’ What he was talking about was naked figures being shown in the church, of all places. I asked him whether he found this beautiful and his reply was: ‘Astounding!’ Men prefer to start the conversation with a question about the technology (‘How exactly did you make this?’). For me how it gets started isn’t important.

Against this background the exhibition in a gallery in Buenos Aires in Argentina was a breath of fresh air. As an artist I’ve never experienced such open and direct emotional interaction with the public.  Are they much more familiar with the naked body there  – in private and in public? Are Argentine women not so quick to look at themselves and female nudity through the eyes of a man? Have they reached a stage beyond emancipation? They found it almost a matter of fact that the naked body can express power as well as vulnerability. In addition they didn’t find it peculiar that I’m also a pastor (try explaining that in the Netherlands…) All in all, the naked body does not leave you unmoved.

Josephine’s Well – Hoe en Waarom

By | Background | No Comments

For English, scroll down     

3D stereoscopische installatie, 2011, 3’37”

Hoe en Waarom

Tijdens de opname wist ik al hoe Josephine’s Well gepresenteerd moest worden. Er speelden een paar dingen mee. Allereerst de 3D-techniek zelf. Ik wilde het beeld op de grond projecteren om de suggestie van het opstijgen van de mensfiguren uit de bron aan te zetten. Want hoe groter de kijkafstand tot het projectiedoek is, des te meer ruimtelijkheid – lees: diepte – je als kijker ervaart. Een specifiek technische eigenschap van stereoscopisch 3D. In de studio bouwde ik met de firma BeamSystems een setting met een verhoging. Na elke take kon ik zien wat het qua dieptewerking deed. Die was voor de verschillende mensfiguren steeds anders. Ter plekke konden we de opnamen nog niet als een geheel zien.

Verder waren de intimiteit en de concentratie voor mij belangrijk. Tijdens de tentoonstelling zetten we een black box van 3x3x3 meter neer, waar maximaal vier bezoekers tegelijk in konden gaan staan. De plaatsing in de kerk riep bij een kunsthistoricus de gedachte van een biechtgestoelte op. Voor mij als protestant kwam dat in eerste instantie vreemd over, maar ik snapte wel dat het ruimtelijke iets met je doet. Er is namelijk een beweging van verstilling gaande. Eerst kom je de kerk binnen, de drempel overgaand van de drukte van de stad naar de rust van de omsloten muren. Dan loop je door de ruimte, ga je via een paar treden omhoog en via een plateau de black box binnen. Elke oriëntatie valt dan bijna weg. Je bent in een totaal andere ruimte. Je moet als houvast wel naar beneden kijken, waar het licht en de beweging van drie jonge mensfiguren in de diepte te zien zijn. Ze komen niet verder omhoog dan de rand van het plateau waar je op staat. De laatste in de cyclus is de vrouw met lange haren, die uiteindelijk de onzichtbare grens doorbreekt. Ze stijgt op tot bijna ooghoogte – waarna ze weer in de diepte verdwijnt. Na een tweede poging verdwijnt ze definitief in het zwart.

De 3D-techniek en de besloten donkere omgeving helpen om de derde ruimtelijkheid te betreden: die van jezelf. Noem het een lichamelijke oefening waarbij de geest je iets kan laten zien. Het is een soort verwijlen heel diep bij jezelf. Sommige mensen die uit de black box komen, zijn van slag. De ruimtelijke presentatie is dus een wezenlijk onderdeel van het kunstwerk. Ik vraag eigenlijk van de mensen om drie keer ergens naar binnen te gaan. De kerk/museum/galerie in, dan de black box in en daarna hun eigen binnenste in. Het is een behoorlijke weg die ze moeten gaan. De weg van innerlijkheid kan ook nog eens tegenstrijdige gevoelens en gedachten oproepen.

Josephine’s Well
3D stereoscopic installation, 2011, 3’37”

How and why
During the shoot I already knew how Josephine’s Well should be presented. Several things played a role. Firstly the 3D technology itself. I wanted to project the image onto the ground to suggest human figures rising from the well. Because the greater the distance between the viewer and the projection screen, the more space – in this case depth – the viewer experiences. A specific technological feature of stereoscopic 3D. In the studio, with the assistance of the firm BeamSystems, I built a set with a raised platform. After each take I could see the depth effect. This was different for each of the human figures. There on the spot we were unable to view the recordings as a whole.

In addition intimacy and concentration were important for me. During the exhibition we erect a three-metre square black cube which can accommodate a maximum of four visitors at once. Its position in the church reminded one art historian of a confession box. For me as a protestant this seemed a little odd at first, but I did understand the spatial effect. There is actually a movement towards stillness. First you enter the church, crossing the threshold between the bustle of the city and the peace within those enclosing walls. Then you walk through the space, you take a couple of steps up and you enter the black cube via a plateau. You are almost totally disorientated. In a totally different space. To try and get your bearings you have to look down, where in the depths you see the light and the movement of the three young human figures. They come no higher than the edge of the plateau on which you are standing. Last in the cycle is the woman with long hair, who finally breaks through the invisible barrier. She rises, almost to eye-level, and then disappears again into the depths. After a second attempt she disappears into the darkness for good.

The 3D-technology and the closed and dark surroundings assist us in entering the third space: the space that is yourself. You could call it a physical exercise through which the spirit shows you something. It is a sort of sojourn deep in yourself. Some people are upset when they emerge from the dark box. The spatial presentation really is a real part of the artwork. In fact I ask people to go inside three times: to go inside the church, museum or gallery, to go inside the dark box and to enter their inner self. The way they must follow is not easy. The path of spirituality can also summon up conflicting thoughts and feelings.

JOSEPHINE’S WELL

By | Background | No Comments

For English, scroll down

3D stereoscopische installatie, 2011, 3’37”

josephine 1

Onze paradoxale verhouding tot de Ander, naar wie wij reiken en verlangen, maar wiens radicale anders-zijn wij ook moeten aanvaarden, komt in het werk van Arent Weevers nergens zo helder aan het licht als in Josephine’s Well uit 2011. De 3D stereoscopische installatie, een loop van drieënhalve minuut, laat een jong meisje met blond haar zien dat vanuit de diepte langzaam omhoog zweeft. Na verloop van tijd volgen een tweede en een derde meisje, achter en voor elkaar langs. Ze wenden één voor één hun blik naar boven om vervolgens steeds verder in het donker te verdwijnen. Dan komt een naakte vrouw – ook met lang blond haar – omhoog. Ze zweeft met een uitgestrekte hand de kijker tegemoet, zelfs zo ver, dat zij als het ware door de virtuele vloer heen breekt.

Het werk roept bij toeschouwers zeer tegengestelde emoties op. De eerste impuls is dat men de vrouw wil aanraken en tegelijkertijd beseft dat het beeld pure illusie is. De kijker weet maar al te goed dat de vrouw in een andere wereld verblijft en zich van daaruit voor even losmaakt, zonder dat de kloof tussen haar wereld en die van de toeschouwer kan worden geslecht. Aan de onmogelijkheid om elkaar echt te raken, te omhelzen, zit een pijnlijke kant. De zwevende vrouw, met haar perfecte, naakte lichaam, is als een schim uit het dodenrijk, als Eurydice voor Orpheus.

Het verlangen dat niet ophoudt bij dood, keert ook terug in de film Solaris (1972) van Andrei Tarkovski. In Solaris (gebaseerd op een boek van Stanislaw Lem) wordt Kris Kelvin naar een ruimtestation bij de planeet Solaris gestuurd, omdat er meerdere sterfgevallen in het ruimtestation zouden hebben plaatsgevonden. Ter plaatse ervaart hij dat er iets vreemds aan de hand is met de oceaan van de planeet. Deze blijkt in staat wensen te vervullen. Kris’ diepste wens is een hereniging met zijn overleden vrouw Harey. Deze vindt ook plaats, al blijft gedurende de gehele film onduidelijkheid bestaan over de vorm van deze hereniging: is deze louter een geestesspinsel van Kris, of is er meer aan de hand?
In zijn boek De verzegelde tijd refereert Tarkovski aan de contactarmoede van de bioscoopbezoeker en diens zoektocht naar de ‘verloren tijd’. Tegelijkertijd citeert hij I Korintiërs 15 vers 12: ‘Indien nu van Christus gepredikt wordt, dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen, dat er geen opstanding der doden is?’*

Josephine’s Well is minder uitgesproken. Noch de verloren liefde, noch de opstanding uit de dood wordt gethematiseerd. Arent Weevers heeft de ‘anastasis’ ontkleed door directe verwijzingen naar de liefde en de dood weg te laten. Omwille van haar perfecte, popachtige lichaam wordt de vrouw anoniem te midden van een donkere omgeving, wordt zij de personificatie van het verlangen zelf. Een verbeelding van een verlangen dat alle dimensies overstijgt.

Drs. Wouter Prins | kunsthistoricus en curator van het Museum voor Religieuze Kunst in Uden

* Andrei Tarkovski, De verzegelde tijd – Beschouwingen over de filmkunst. Historische Uitgeverij, Groningen 1986, blz. 77, 89.

Zie ook: Hans Alma en Johan Goud, Maar zie, ik heb lief! – Eros in kunst en religie. Meinema, Zoetermeer 2016, blz. 15 e.v.

English

Josephine’s Well
3D stereoscopic installation, 2011, 3’37”

Nowhere in the work of Arent Weevers does our paradoxical relationship with the Other, whom we reach towards and whom we desire, but whose radical otherness we have to accept, come so clearly to light as in Josephine’s Well. The 3D stereoscopic installation, a 3.5-minute loop, shows a young girl with blonde hair who slowly floats upwards from the depths. After some time, a second and a third girl follow. One by one they direct their gaze upwards and then disappear into the darkness. Then a naked woman appears – also with long blond hair. She floats towards the viewer with an outstretched hand, so close that she almost seems to break through the virtual floor.

The work evokes very conflicting emotions in the viewer. Your first impulse is to want to touch the woman and at the same time you realize that the image is pure illusion. The viewer knows only too well that the woman is part of another world. For one moment she seems to breaks free, although the viewer knows she can never really bridge the gap. The inability to really touch or embrace has a painful side. The floating woman, with her perfect, naked body, is like a ghost from the underworld, as Eurydice was for Orpheus. The desire that does not end with death.

Neither the lost love, nor the resurrection from the dead is addressed thematically. Arent Weevers has undressed the ‘anastasis’ by omitting direct references to love and death. Because of her perfect, doll-like body, the woman is anonymous amid the dark environment; she becomes the personification of desire itself. An image of a desire that transcends all dimensions.

Drs. Wouter Prins | Art historian and curator of The Museum of Religious Art in Uden, The Netherlands.

* Andrei Tarkovski, The sealed time – Reflections on film art. Historische Uitgeverij, Groningen 1986, page 77, 89 (Dutch only).
Further reading: Hans Alma en Johan Goud, But see, I love! Eros in religion and art. Meinema, Zoetermeer 2016 (Dutch only).